Zoeken in deze blog

maandag 29 oktober 2018

Je bent altijd iemands kind

Afgelopen zondag was er een debat bij de Zevende Dag over de kinderen van Syriëstrijders, die momenteel in gevangenschap leven in allerlei kampen, de moeders en grootmoeders willen dat hun kinderen, Belgische onderdanen, terug naar België kunnen keren. .  Een korte schets: Walter Damen spande een rechtszaak aan, om de overheid te verplichten de kinderen van Syriëstrijders terug naar België te halen. De rechtbank gaf hen (gedeeltelijk) ongelijk. De rechtbank zegt dat België geen rechtsmacht heeft om deze kinderen terug te halen, maar erkent wel dat de Belgische overheid de morele plicht heeft om onderdanen in nood te helpen.

Een argument dat mevrouw Sminate in het debat aanhaalt om geen actie te ondernemen is het feit dat we de kinderen wel kunnen helpen, maar wat dan met de moeders? Volgens het Kinderrechtenverdrag mag de band tussen kind en moeder niet zomaar doorgeknipt worden. Als de moeders hier terug in België komen, dan hebben we een probleem, want zij zijn wel degelijk willens en wetens naar Syrië getrokken zijn. Nu dat vormt in mijn ogen geen probleem, want de moeders zijn daar intussen voor veroordeeld. Dus als we de kinderen samen met de moeders terughalen, zullen zij de juridische gevolgen dragen. Maar het volgende argument van mevrouw Sminate slaat alle verbeelding: "ja, maar na hun straf komen deze vrouwen terug vrij." Inderdaad, dat is zo. Dat is namelijk één van de grondbeginselen van ons rechtssysteem: nulla poela sin lege, geen straf zonder wet oftewel het legaliteitsbeginsel. We stellen bepaalde gedragingen strafbaar en elke strafbare daad heeft een gekende strafmaat (omschreven met minimum en maximum straffen). En een rechter heeft dus rechterlijke vrijheid binnen die vooraf bepaalde grenzen. Non bis in idem, nog zo'n mooi rechtsbeginsel zegt: je kan nooit tweemaal voor dezelfde feiten veroordeeld worden. Als de vrouwen hun straf hebben uitgezeten, heeft het recht geschied.

Walter Damen, strafpleiter en advocaat van enkele moeders die momenteel in Syrië verblijven, maakte een andere vergelijking. De collaboratie is een zwarte pagina uit onze Belgische geschiedenis. En de N-Va heeft er steeds op gehamerd, dat kinderen van collaborateurs niet verantwoordelijk mochten gesteld worden voor hun daden. De meeste collaborateurs heulden willens en wetens mee met de bezetter. Stel ik me vragen bij kinderen van collaborateurs die nu een extreem-rechts gedachtegoed aanhangen? Ja, absoluut. Maar zal ik ooit één kind van een collaborateur noodzakelijke hulp ontzeggen omdat hun ouders een strafbaar feit pleegden? Nooit van mijn lang leven niet. Nu, volgens mevrouw Sminate is dat een oneerlijke vergelijking. Daar ben ik het niet mee eens. De collaborateurs gingen vechten in Rusland, de Syriëstrijders in Syrië. Misschien kan mevrouw Sminate eens terugkijken naar de topreeks die Canvas uitzond: kinderen van de collaboratie.

Nu, wat mij het meeste stoort, is dat de overheid in deze discussie voorbijgaat aan één belangrijk feit. De kinderen zelf (en dan heb ik het wel degelijk over de kinderen van Syriëstrijders, niet over pubers die zelf richting Syrië trokken) hebben geen enkel strafbaar feit gepleegd. Meer nog, ze zijn zelfs slachtoffer van het feit dat hun ouders dat deden. Want niet alleen weigert de Belgische overheid hen momenteel te helpen, de Belgische overheid doet dat zelfs omdat hun ouders een strafbaar feit pleegden. En dit is ongelooflijk. Beeld u in dat we dit uitbreiden naar andere toepassingen. Dat we kinderen noodzakelijke hulp gaan ontzeggen, omdat hun ouders een strafbaar feit pleegden. In geen enkele situatie vinden we zoiets aanvaardbaar. 

Mevrouw De Pauw (van Child Focus) wees er ook fijntjes op dat het kinderrechtenverdrag inderdaad zegt dat we ouders en kinderen niet zomaar mogen scheiden. Maar indien de band tussen ouders en kind schadelijk is, heeft de overheid meer dan voldoende rechtsmiddelen om deze band, tijdelijk of permanent, te beperken gedurende de minderjarigheid van deze kinderen, gaande van een contactverbod, tot bezoek onder toezicht en zelfs tot een ontzetting uit de ouderlijke macht.

En dan is er Rudi Vranckx. Hij slaagt er in om even te doen wat de overheid zegt dat onmogelijk is. De vrouwen en kinderen lokaliseren, hen bezoeken en aan het woord laten. De overheid belooft momenteel dat ze er alles aan zullen doen om alle kinderen onder de tien jaar terug naar België te halen. Ik stel voor dat Theo Franken, Jan Jambon en alle andere betrokken ministers even een telefoontje plegen naar Rudi, ik ben ervan overtuigd dat hij met alle liefde en plezier zijn hulp en bijstand zal verlenen om deze kinderen in veiligheid te brengen. En de moeders? Zij zullen hun eerste en enige straf ondergaan.

Want: injuria non excusat injuriam. Het ene kwaad is geen rechtvaardiging voor het andere.

zaterdag 22 september 2018

Jigsaw

Vandaag had ik het weer. Dat gevoel waar je mee zit, en dat wordt dan keihard bevestigd.

Een tweet van Het Nieuwsblad viel me op: "deze man heeft 4000 relatiebreuken op zijn geweten ... in amper 5 dagen tijd". Ik verslikte me bijna in mijn koffie en was getriggerd. Het gaat om een comedian (Daniel Sloss) die met zijn show 'Jigsaw' een theorie over relaties en basically het leven viraal doet gaan (dankzij Netflix). Vele mensen zouden na het zien van de comedyshow beslissen hun relatie te beëindigen én laten hem dat ook massaal weten.

Gelukkig had ik Netflix en een uurtje tijd, dus ik besloot snel even te kijken waar het om ging. Toen Daniel Sloss 7 jaar oud was, vroeg hij zijn pa achter de 'reden' van het leven. En zijn pa gebruikte een jigsaw of legpuzzel als metafoor. En hij zei dat iedereen allemaal puzzelstukken heeft, maar de doos kwijt is. Dus als je de puzzel van je leven legt, kan je best beginnen met de hoeken en de randen. Die zouden bestaan uit je familie, je job, je hobbies en je interesses. En soms verandert dat, dus je moet altijd goed je hoeken in het oog houden en als er iets wegvalt moet je dat opvullen en vervangen.

"En wat moet ik dan in het midden leggen van de puzzel?" was de volgende vraag van Daniel. En toen zei zijn vader dat het midden het puzzelstukje is voor de liefde. Je moet iemand zoeken die perfect in jouw puzzel past.

Lang verhaal kort. Dat is dikke zever, als 7jarige kwam hij er al achter, dat het niet kan. Want als iedereen zijn eigen puzzel heeft, hoe kan die dan gereduceerd worden tot één stukje dat past in de puzzel van iemand anders?
Maar we zijn natuurlijk opgegroeid de laatste jaren met het idee dat alleen zijn erger is dan wat ook. De hele wereld zendt dezelfde boodschap: het leven is beter met twee.

Daniel zegt niet dat echte liefde niet bestaat. Hij zegt alleen, wat ik zelf ook zie en ervaar. Héél veel mensen zitten in een relatie omdat ze bang zijn om alleen te zijn, zichzelf niet graag zien, omdat dat nu eenmaal makkelijk is. En ze nemen constant stukjes van hun eigen puzzel weg, om toch maar beter in die van de ander te passen. Terwijl het echte probleem is, dat ze niet alleen durven zijn, want dan moet je je geluk natuurlijk zelf maken.

En zo is het maar net. Ik ben intussen al langere tijd alleen. En nee, dat is niet even fijn altijd. Het is een proces geweest met heel veel vallen en weer opstaan. Met zelfs niet willen opstaan. Met zoeken naar wie ik echt ben en wat mij gelukkig maakt. Met voor mezelf leren zorgen.

Maar dat heeft me wel gegeven wat hij zegt. Ik zie mezelf graag, ik ben gelukkig en dat heb ik helemaal zelf gedaan. Ik vind mijn leven leuk zoals het is. Én tuurlijk hoop ik op een dag dat er iemand anders is die mij ook 100% graag ziet, zoals ik ben. Maar dat zijn dan ook de minder leuke kanten van mezelf. Want ik ben niet alleen grappig, slim, muzikaal, ... ik ben ook een beetje lui, rommelig en een doordraver. En ik wil nooit meer in een relatie stappen waarin ik niet graag gezien word, voor wie ik ben. En andersom ook niet. Ik wil niemand veranderen om beter bij mij te passen.

En ik zie om me heen zoveel mensen dat wel doen. Ik zie zoveel mensen hele stukken van zichzelf weggooien om toch maar die perfecte relatie te hebben. Én tuurlijk weet ik wel dat je af en toe een compromis moet sluiten. Maar laat dat dan gaan over zaken die van praktische aard zijn. Sluit nooit een compromis over wie je bent en wat je echt wil in je leven.

Dus stel jezelf de volgende vragen. Ziet mijn puzzel er uit zoals ik het echt wil? Welke stukjes mis ik? Wat maakt mij gelukkig? En die vragen beantwoorden is heus niet altijd fijn. Maar het is het wel waard, dat kan ik beloven.

Ook: volg Daniel Sloss op twitter en Instagram, want hij is gewoon hilarisch. Én kijk naar zijn shows op Netflix.

dinsdag 24 juli 2018

Aanvaarden

We zijn iets meer dan twee jaar verder. Twee jaar, na alles wat gebeurde en mijn wereld op zijn kop zette. Hoe gaat het met me? Dat is een vraag die ik mezelf sindsdien regelmatig stel, maar waar ik geen vastomlijnd antwoord op kan geven.

Herstel vraagt tijd. Fysisch gezien, maar ook psychisch gezien. Fysisch gezien ben ik 'klaar'. Beter dan dit wordt het niet. Op papier zo'n 90%. In lelijkere woorden gaat dat om 10% blijvende invaliditeit.

En dat zit hem in grote en kleine dingen. Teennagels knippen of mijn benen scheren is lastig, want mijn hoofd buigt niet meer goed. De ramen van mijn prachtig huis wassen gaat ook niet, net als lakens ophangen of alle andere dingen die boven mijn hoofd plaatsvinden. Lang schrijven zorgt voor pijn en ongemak, net als iets uitwringen. Of een combinatie van al die dingen.

Maar het moeilijkste is psychisch gezien. Het aanpassen aan al die beperkingen is lastig. Onmogelijk lijkt het aanvaarden ervan. Ik loop nog zo vaak met mijn hoofd tegen de muur. En voel me niet klaar om dit echt onder ogen te zien.

Zo van die stomme kleine accidentjes leren me ook, dat ik daar nog veel werk te verzetten heb. Een snijwonde in mijn hand en een middenvoetsbeentje dat in flarden van elkaar scheurt na een kleine misstap. Die, objectief gezien kleine zaken, catapulteren me helemaal naar de foute plekken. PTST op zijn best. Nachtmerries, angstaanvallen, ... naar het gevoel om weer middenin de depressie te zitten.

Mijn psychotherapeut werkt overuren, net als mijn huisarts. Slaapmedicatie om de nachtmerries tegen te gaan. Extra therapie om de angst onder controle te krijgen en de chaos in mijn hoofd te bedwingen.

Herstel van een trauma en depressie, gaat nooit in een absoluut stijgende lijn. De verjaardag en de gebeurtenissen van de voorbije weken, zetten me met beide voeten op de grond. Ik zit officieel in wat ik nu toch wel een dip durf te noemen.

Dus neen, vandaag gaat het niet altijd goed. Maar ik werk echt heel hard, want ik wil een betere morgen. Ik wil kunnen aanvaarden wie ik nu ben, met alle grote en kleine mankementen. En op een dag, zonder aarzelen, 'goed' kunnen antwoorden op de vraag 'hoe gaat het?'.

Ik ben me trouwens, heel erg bewust van het feit dat ik echt kan rekenen op mijn hulpverleners, familie en enkele goeie vrienden. Ze zorgen er echt wel voor dat de meeste dagen door te komen zijn, zelfs aangenaam te noemen zijn. Het zit hem dan ook in de grote en kleine dingen die ze voor me doen. Ik ben dan ook enorm dankbaar. Ook al is dat, op momenten dat het niet bepaald goed gaat, niet makkelijk om te laten zien en voelen.