Zoeken in deze blog

woensdag 29 maart 2017

(on)verdoofd slachten: enkele bemerkingen

29 maart 2017. Onze regering neemt een standpunt in tegen onverdoofd slachten. Vanaf 1 januari 2019 zal het verplicht zijn om kleinvee altijd verdoofd te slachten. De dieren moeten eerst een elektroshock krijgen, vooraleer ze geslacht worden. Runderen vallen buiten deze regeling, want er zijn geen technische mogelijkheden om hen een elektroshock te geven alvorens hen te slachten. Runderen zullen verplicht post-cut gestund worden. 

Het onverdoofd slachten is al lang voer voor discussie, binnen elke partij. De wet kwam er vooral naar aanleiding van het jaarlijkse  offerfeest bij de moslimgemeenschap waarbij schapen ritueel (en dus onverdoofd geslacht worden). De elektroshock an sich is niet dodelijk, dus past in de visie van ritueel slachten bij moslims.

Nu, ik heb bij hele deze regelgeving enkele bemerkingen. 

1. De wet is, naar mijn bescheiden mening, eerder hypocriet. De N-VA maakt meteen een mooie twitterbanner waarop enkel een schaap staat afgebeeld. Dit toont duidelijk aan dat dierenwelzijn niet de drijfveer voor deze wet is. De rechtse partijen (buiten enkele individuele uitzonderingen) ijveren enkel voor dierenwelzijn tijdens het offerfeest van de moslimgemeenschap. De rest van het jaar blijft het oorverdovend stil.


2. Als dierenwelzijn de echte drijfveer is moeten volgende zaken onmiddellijk verboden worden: de jacht, de visserij, het levend bereiden van kreeften en en andere schaal- en schelpdieren, en alle andere vormen waarin dieren onverdoofd gedood worden met als doel de menselijke consumptie. Dit klinkt misschien verregaand, maar als dierenwelzijn voorop staat is dat de ongemakkelijke realiteit.

3. Ik stel me oprecht de vraag hoe pijnloos de elektroshock is. En of de pijn die deze veroorzaakt minder erg/erger is dan de pijn van onverdoofd slachten? Zie hierbij volgend filmpje, waarbij Kobe Ilsen vrijwillig een elektroshock door een taserwapen ondergaat. 

4. Bemerkingen die bemiddelaar Vanthemsche al wel maakte was dat de Joodse geloofsgemeenschap hierin zich niet kon vinden. Het overgrote deel van de moslimgemeenschap wel. Wat zal hiermee gebeuren dan? Zal de regering een oogje toeknijpen als het gaat over de slachting bij de Joodse gemeenschap?
Conclusie: ik geloof oprecht dat de geloofsgemeenschappen in ons land het goed voorhebben met dierenwelzijn. Trefzeker onverdoofd slachten kan in mijn ogen minder problematisch zijn als het dier in een goede omgeving werd grootgebracht en stressloos geslacht kan worden. In de Koran zijn dit ook zaken die benoemd worden.

5. Dierenwelzijn kadert voor mij binnen een veel breder debat. Hoe dieren geboren worden, leven, welke voeding ze krijgen, hoeveel groene ruimte, ... Dat zijn zaken die in mijn ogen minstens evenveel bijdragen tot dierenwelzijn, dan louter de slacht. Een dier dat slecht behandeld werd tijdens zijn veel te korte leven lijdt al onnoemelijk veel. Een verdoofde slacht, waarvan ik de pijnloosheid in vraag stel, is dan een te kleine pleister op een etterende wonde. 

Noot: ik eet vis en vlees. Niet alle dagen en probeer er bewust mee om te gaan. Ik ben niet heilig, noch heb ik de waarheid in pacht, maar ik probeer wel kritisch te kijken naar dit thema. 

zondag 19 maart 2017

#hetkananders: Theo Francken en social media.

Social media. Sommigen beschouwen het als een vergif, anderen als een dankbaar medium. Eén ding is zeker, we zijn allemaal 'lerende'. Het gros van de volwassen gebruikers is niet opgegroeid met het gebruik van social media. Er zijn wel enkele 'good practices', maar één ding overheerst, ieder doet zowat zijn eigen ding.

Meneer Francken gebruikt zijn social media op intensieve wijze. Zowel op zijn Twitter-account als op zijn Facebook-account post hij regelmatig berichten over zijn werkzaamheden als Staatssecretaris van Asiel en Migratie.

Ik ben op dit moment politiek actief. Ik werd democratisch verkozen tot ondervoorzitter van Groen Turnhout. Ik heb ook één onbezoldigd politiek mandaat: ik zetel voor Groen Turnhout in de beheerraad van de openbare bibliotheek (dit werd goedgekeurd door de gemeenteraad van de Stad Turnhout). Ik beschouw deze beide mandaten ook als iets zeer belangrijk. Ik wil deze dan ook zeer goed uitvoeren. Niet alleen voor mezelf, maar voor alle leden van Groen Turnhout, voor mijn bestuursmandaat en voor alle inwoners van Turnhout voor mijn lidmaatschap van de beheerraad. Als je een mandaat krijgt is het mijn inziens ook zeer belangrijk dat je hierover neutraal communiceert. Je hebt een immense verantwoordelijkheid naar de burger toe.

Het is ook geen geheim dat mijn visie en wereldbeeld nogal verschilt van de visie en het wereldbeeld van meneer Francken. Ik stel mij dan ook regelmatig vragen en heb nogal wat bemerkingen

Meneer Francken communiceert polariserend. In een groot deel van zijn Facebook en twitterposts communiceert hij over de combinatie van criminaliteit en asielzoekers. Hiermee creëert hij de perceptie dat alle asielzoekers criminele gedragingen stellen. Ik ontken hiermee niet dat er een deel van de mensen die asiel zoeken crimineel zijn. En hier moet ook gepast op gereageerd worden. Maar ik zou graag eens cijfers zien over hoeveel mensen dat het gaat. Een regel dat meneer Francken enkel in verhouding hierover mag communiceren zou een hele andere perceptie scheppen.

Daarnaast gooit meneer Francken zeer vaak met cijfers. Hoeveel tientallen criminele asielzoekers hij het land uitzet, hoeveel aanvragen 'zijn' dienst vreemdelingenzaken weigert, ... Hij mag uiteraard de bevolking op de hoogte houden, maar weeral stel ik mij dezelfde vraag. Waarom communiceert hij niet over hoeveel aanvragen werden goedgekeurd, hoeveel visa de dienst vreemdelingenzaken uitreikt? Graag zou ik ook vergelijkende cijfers zien wat betreft de voorbije jaren (ook voor zijn beleidsperiode).

Een volgend probleem dat ik heb met meneer Francken is hoe hij elke vorm van kritiek weert. Tien dagen heeft het geduurd vooraleer meneer Francken mij blokkeerde op Twitter. Ik stelde regelmatig kritische vragen. Ik kreeg vaker niet dan wel een antwoord, dat tot daaraan toe. Ik kan mij voorstellen dat hij daar niet echt tijd voor heeft (hoewel hij vaak wel de tijd heeft om op de massale hoera berichten te antwoorden). Maar iemand blokkeren omdat die persoon kritische vragen stellen? Zo creëert hij het beeld dat er geen tegenstem meer is. Dat "alle Belgen" akkoord zijn met zijn beleid. Sociale media geven al een heel eenzijdig beeld, Theo Francken stimuleert dit beeld zelf.

Daarnaast vind ik het ook problematisch dat meneer Francken mensen blokkeert van een communicatiemiddel. Hij communiceert amper via de pers, bestempelt zeer vaak zaken die in de pers verschijnen als "fake news", maar weert tegelijk mensen van zijn eigen communicatiekanaal. Waar kan ik dan als burger te weten komen wat en hoe hij de zaken aanpakt? Gaat dit niet in tegen de openbaarheid van bestuur?

Daarnaast stel ik ook vast dat Theo Francken steevast in het Nederlands communiceert op sociale media. Hij is nochtans staatssecretaris voor onze Federale Regering. Hebben onze Franstalige en Duitstalige landgenoten dan geen recht op dezelfde informatie?

Als ik meneer Francken was, dan zou ik volgende zaken veranderen:
- Verbindend communiceren ipv polariserend. Niet alle asielzoekers/allochtonen/vreemdelingen zijn crimineel.
- Juiste cijfers geven over alle zaken van zijn bevoegdheid, niet enkel hoeveel criminelen er werden teruggestuurd. De burger wil ook weten hoeveel mensen wel een verblijfsvergunning ontvangen, op welke manier, ...
- Indien hij social media de beste manier vindt om met de bevolking te communiceren, niemand blokkeren. Alle burgers hebben het recht op informatie, ook deze met een kritische of andere visie.
- Elk bericht communiceren in de drie landstalen, ook onze Franstalige en Duitstalige inwoners hebben recht op dezelfde informatie.













vrijdag 3 maart 2017

De schaamte voorbij


Ik heb er heel lang over nagedacht. Of ik deze blog zou publiceren enerzijds. En over de inhoud anderzijds. Maar het zijn de basisbeginselen waarin ik de dag van vandaag nog steeds in geloof, die mij hebben overhaald.

Ik weet dat dit blogbericht deining zal veroorzaken. Mensen zullen mij anders bekijken. Er zijn mensen die mij niet zullen geloven. En er zijn mensen die mij een aandachtszoeker zullen noemen.
Maar geen van bovenstaande beweringen omvatten mijn motief. Ik heb slechts één motief. En dat is de waarheid.

Slachtoffers moeten hier oneindig lang op wachten. En in al die tijd staan zij alleen met hun verhaal. En in die tijd kunnen er vreselijke dingen gebeuren. En ik wil dat een halt toe roepen. Want een slachtoffer verdient één ding, een stem.

Ik werd, ondertussen 8 maand en 9 dagen geleden (op 23 juni 2016), slachtoffer van geweld. Meer bepaald, juridisch gesproken, slachtoffer van slagen en verwondingen met verzwarende omstandigheden dat de persoon die geweld op mij pleegde mijn ex-partner was én dat deze slagen en verwondingen een werkonbekwaamheid van meer dan 4 maanden veroorzaakte.
Nu, als slachtoffer voelde ik mij in sé niet slecht behandeld. Op het moment van de feiten belde ik de hulpdiensten. Zij zorgden ervoor dat ik netjes in het ziekenhuis terecht kwam en ik de nodige eerste zorgen ontving.

Ik werd per ambulance vervoerd, meermaals verhoord door de politie en enkele dagen opgenomen in het ziekenhuis om mijn medische letsels te verzorgen.Maar dat is echt nog maar het begin. Ik schaamde mij dood.

Want niemand wil het meisje zijn dat zo hard een duw krijgt. Dat ze niet alleen haar pols (zeer complex) breekt. Maar tijdens diezelfde val ook een nekletsel oploopt. Een nekletsel dat meer dan acht maanden later nog steeds voor werkonbekwaamheid zorgt. En pijn. Zoveel pijn dat ze op dit moment niet gelooft in een volledig herstel.

Niemand wil het meisje zijn, dat terug gaat samenwonen met haar ex-lief, omdat hij nergens anders terecht kan. En hij u echt nodig heeft. Want komaan, anders laat ge hem wel op straat staan.
En dat meisje neemt hem terug in huis. Ook al zegt haar intuïtie dat ze het eigenlijk beter niet doet. Maar ze heeft niet geleerd om nee tegen hem te zeggen. Dus midden in de nacht, staat hij met zijn spullen voor de deur.

En dan begint het spel opnieuw. Elke dag vecht ze tegen haar eigen intuïtie. Elke dag na de zoveelste discussie vraagt ze zichzelf af, waarom ze niet gewoon "nee" zegt. Maar de relatie is te ver gevorderd, net als het misbruik. Nee zeggen, heeft hij omgebuigd in verliezen. In pijn lijden. Hij is het slachtoffer. Hij degene die verliest.

Tot het niet verder kan. Tot ze beseft dat haar grens echt wel overschreden is. En dan staat ze recht en buigt ze niet meer. Met alle gevolgen van dien.

Tijdens de zoveelste ruzie delf ik fysiek het onderspit. Ik word met geweld weggeduwd. De gevolgen zijn niet min. Een verplaatste polsbreuk die 's nachts moet gestabiliseerd worden en de dag nadien in het OK verder wordt behandeld. Twee dagen later, mag ik het ziekenhuis eindelijk verlaten. Op mijn 29ste verjaardag. Een dag die ik me liever niet herinner.

Dat is het begin van een pijnlijke revalidatie. De eerste twee weken kan ik niets. Noodgedwongen trek ik opnieuw in bij mijn ouders. Ik heb hulp nodig bij alles. Mezelf aankleden, wassen, toiletbezoek, maaltijden,...

Na een tweetal weken. Als het gipsverband en de hechtingen verwijderd worden, wordt het iets comfortabeler. Er mag terug stromend water over mijn arm, dus ik heb minder hulp nodig. Alhoewel. Nog steeds heb ik hulp nodig tijdens de meest banale activiteiten: aankleden, eten, ... Van zelfstandige huishoudelijke activiteiten is geen sprake.

Enkele weken later, trek ik op vakantie. Ik heb het geluk, dat mijn vrienden en vriendinnen zeer ruimdenkend zijn en onze vakantieplannen aanpassen aan mijn mogelijkheden. Waar nodig assisteren zij mij. Als ik op vakantie mezelf bezeer, word er onmiddellijk actie gekomen en naar een ziekenhuis gereden ter controle. Zonder hen was een vakantie absoluut onmogelijk geweest. Mijn eeuwige dankbaarheid gaat dan ook naar hen uit.

De  grote vakantie loopt ten einde. En ik ondervind nog steeds structurele mobiliteitsproblemen. De specialist schrijft kine voor. Hoewel deze sessies een verbetering qua mobiliteit voortbrengen, is dit zeer moeilijk. Ik heb enorm veel pijn. Er zijn verschillende momenten waarop ik wil opgeven, omdat de behandeling nauwelijks te verdragen is.

Ik blijf deze behandeling, na verloop van tijd bij een meer gespecialiseerde kine verderzetten, hoewel dit extreem veel pijn veroorzaakt. Tijdens deze periode wordt een stadium van "complex regionaal pijnsyndroom" gediagnosticeerd. Een moeilijk woord voor, ge hebt echt belachelijk veel zeer, maar we hebben er niet echt een antwoord voor.. Ik volg de orders van de chirurg. Neem preventief wisselbaden, vitamine C en 'ga in tegen de pijn'.

Zo gezegd zo gedaan. Intussen is mijn rekker op. Ik beland in een depressie. Er is geen ander woord voor. Ik kom nauwelijks nog uit bed. Heel de relatie, de mishandeling, de revalidatie, de pijn,... Het is me allemaal te veel. Ik knap en kan alleen maar toekijken hoeveel moeilijker alles wordt. Ik vind een goede therapeut, bij wie ik nog steeds in behandeling ben.

Maar er blijf het issue van mijn werk. Ik ben nog steeds werkonbekwaam. Hoezeer ik ook graag werk en bezig ben. Het gaat nu niet. Fysiek niet, absoluut niet in de eerste plaats. Maar mentaal ook niet. En dat lijkt mijn werkgever naast zich neer te leggen. Begin november vraag ik zelf een gesprek aan. Er wordt niet ingegaan op die vraag. Half november belt mijn leidinggevende dat ze wil langskomen. Enkel dagen later staat ze voor deur, samen met de directeur van het departement. En ik krijg de koude boodschap dat men beslist heeft mijn contract te beëindigen. Ik werk op dat moment meer dan vijf jaar voor Kazou, de jeugddienst van CM. Nu, eerlijk is eerlijk. De relatie met mijn ex-vriend was zeer problematisch. In die zin dat dat ook mijn professioneel leven beïnvloed heeft. Dat heb ik niet ontkend. Ik was niet de allerbeste werknemer het jaar voordien. Maar, om mij mijn ontslag te geven, vijf maanden na de gebeurtenissen, daar stel ik mij vragen bij. Vooral omdat ik, van zodra alles plaatsvond open kaart speelde over de medische redenen van mijn afwezigheid. Ik stel mij ook vragen omdat mijn ontslagbrief geen "reden van ontslag" vermeldde. Waarom werd ik ontslagen? Ik vraag het mij dagelijks af.

Ik vind het zeer moeilijk. Ik heb de gebeurtenissen van de voorbije maanden niet gewenst. Verre van. Maar ik ben wel degene die alles moet ondergaan. Maar ik wil mij niet schamen. Ik ben de schaamte voorbij.

Want een slachtoffer kiest hier niet voor. Nooit.