Zoeken in deze blog

dinsdag 24 juli 2018

Aanvaarden

We zijn iets meer dan twee jaar verder. Twee jaar, na alles wat gebeurde en mijn wereld op zijn kop zette. Hoe gaat het met me? Dat is een vraag die ik mezelf sindsdien regelmatig stel, maar waar ik geen vastomlijnd antwoord op kan geven.

Herstel vraagt tijd. Fysisch gezien, maar ook psychisch gezien. Fysisch gezien ben ik 'klaar'. Beter dan dit wordt het niet. Op papier zo'n 90%. In lelijkere woorden gaat dat om 10% blijvende invaliditeit.

En dat zit hem in grote en kleine dingen. Teennagels knippen of mijn benen scheren is lastig, want mijn hoofd buigt niet meer goed. De ramen van mijn prachtig huis wassen gaat ook niet, net als lakens ophangen of alle andere dingen die boven mijn hoofd plaatsvinden. Lang schrijven zorgt voor pijn en ongemak, net als iets uitwringen. Of een combinatie van al die dingen.

Maar het moeilijkste is psychisch gezien. Het aanpassen aan al die beperkingen is lastig. Onmogelijk lijkt het aanvaarden ervan. Ik loop nog zo vaak met mijn hoofd tegen de muur. En voel me niet klaar om dit echt onder ogen te zien.

Zo van die stomme kleine accidentjes leren me ook, dat ik daar nog veel werk te verzetten heb. Een snijwonde in mijn hand en een middenvoetsbeentje dat in flarden van elkaar scheurt na een kleine misstap. Die, objectief gezien kleine zaken, catapulteren me helemaal naar de foute plekken. PTST op zijn best. Nachtmerries, angstaanvallen, ... naar het gevoel om weer middenin de depressie te zitten.

Mijn psychotherapeut werkt overuren, net als mijn huisarts. Slaapmedicatie om de nachtmerries tegen te gaan. Extra therapie om de angst onder controle te krijgen en de chaos in mijn hoofd te bedwingen.

Herstel van een trauma en depressie, gaat nooit in een absoluut stijgende lijn. De verjaardag en de gebeurtenissen van de voorbije weken, zetten me met beide voeten op de grond. Ik zit officieel in wat ik nu toch wel een dip durf te noemen.

Dus neen, vandaag gaat het niet altijd goed. Maar ik werk echt heel hard, want ik wil een betere morgen. Ik wil kunnen aanvaarden wie ik nu ben, met alle grote en kleine mankementen. En op een dag, zonder aarzelen, 'goed' kunnen antwoorden op de vraag 'hoe gaat het?'.

Ik ben me trouwens, heel erg bewust van het feit dat ik echt kan rekenen op mijn hulpverleners, familie en enkele goeie vrienden. Ze zorgen er echt wel voor dat de meeste dagen door te komen zijn, zelfs aangenaam te noemen zijn. Het zit hem dan ook in de grote en kleine dingen die ze voor me doen. Ik ben dan ook enorm dankbaar. Ook al is dat, op momenten dat het niet bepaald goed gaat, niet makkelijk om te laten zien en voelen.